Teacher Research

Jullie maken deel uit van een TDT binnen een school en jullie werken een blended STEM-project uit rond het thema ‘Ruimtevaart’. Jullie zullen samen met je TDT een TR-onderzoek uitvoeren rond de ontwikkelde blended leermaterialen en de uitrol ervan in de klas.



Opdracht 1: Je passie als leraar



  • 1. Jullie willen met jullie TDT tot een TR-onderzoeksvraag komen die door iedereen van de TDT gedragen wordt. Elk teamlid schrijft daarom 2 tot 3 van zijn passies op met een korte toelichting. Wat was je drijfveer om leraar te worden? Jullie kunnen kiezen uit:
    • Het kind
      Je wil het verschil maken in het leven van een kind.
    • Inhoudelijke kennis en het curriculum
      Je kent je vakgebied door en door en bent op de hoogte van de laatste ontwikkelingen ervan. Je wil je leerlingen verrijken met je kennis.
    • Werkvormen
      Je bent voortdurend op zoek naar die werkvorm die je leerlingen het meeste motiveert en de meeste leerwinst geeft.
    • Je overtuigingen in relatie tot je onderwijspraktijk
      Je hebt bepaalde overtuigingen en ervaringen m.b.t. de maatschappij en het onderwijs. In je vrije tijd ben je bv. heel veel met kunst bezig en je wil je leerlingen ook doorheen de STEM-projecten de meerwaarde van kunst bijbrengen.
    • Een rechtvaardige wereld
      Je droomt ervan om de wereld een beetje beter te maken, bv. op vlak van duurzaamheid, rechtvaardigheid, welvaart, … en wil dit graag via jouw STEM-projecten mee realiseren.
    • De context
      De context zorgt ervoor dat je niet altijd kan lesgeven zoals je voor ogen had. Er zitten bv. kinderen in je klas die de taal niet beheersen, vanuit een moeilijke thuissituatie komen of een beperking hebben. Je wil weten hoe je hier het best mee omgaat.
  • 2. Alle teamleden vertellen nu in de groep wat hun passies zijn.
    • Welke passie kan iedereen boeien?
    • Welke bezorgdheden delen jullie als teamleden met elkaar?
  • 3. Selecteer tenslotte een passie waarrond jullie als team verder willen werken.



Opdracht 2: Een TR-onderzoeksvraag formuleren



  • 1. Schrijf vanuit jullie gemeenschappelijke passie zoveel mogelijk vragen op m.b.t. tot de klaspraktijk van jullie blended STEM-project.
  • 2. Selecteer hieruit 1 vraag en herformuleer ze tot een goede TR-onderzoeksvraag.
  • 3. Voer de Litmustest uit op jullie onderzoeksvraag en pas de onderzoeksvraag eventueel aan.
Nr. Criteria Vul hieronder in
0 Start: Mijn huidige onderzoeksvraag is:
1 Sluit het aan bij je interesse, waarom?
2 Verbetert het het leren van de lln.? Leg uit.
3 Is het een vraag waarvan je het antwoord nog niet kent?
4 Is het een vraag over je eigen lespraktijk?
5 Is de vraag concreet?
6 Is de vraag onderzoekbaar?
7 Draagt het antwoord op de vraag bij tot de verbetering van de lespraktijk?
8 Conclusie: Schrijf de aangepaste versie van je vraag hier:


Opdracht 3: Je TR-onderzoeksvraag



Noteer jullie definitieve TR-onderzoeksvraag.






Opdracht 1   Methodes selecteren


Je hebt samen met je TDT een TR-onderzoeksvraag geformuleerd rond een blended STEM-project met als thema ‘Ruimtevaart’. De volgende stap is het selecteren van relevante data. Omwille van de betrouwbaarheid van de data verzamel je als team op minstens 3 verschillende manieren data (principe van triangulatie). Ga als volgt te werk:







Selecteer relevante data

Ga als volgt te werk.
Klik op een link voor meer info.










Opdracht 2   Eigenlijke dataverzameling


Elk teamlid verzamelt minstens 3 datasets.




Opdracht 3   Conclusie


Je hebt nu heel wat datasets, minstens 3 verschillende sets per teamlid.







Formuleer je conclusies

Ga als volgt te werk.
Klik op een link voor meer info.








(Student)leraren geven aan dat het heel krachtig is om op het einde van het traject een moment te voorzien waarop ze hun TR-resultaten kunnen presenteren aan elkaar, bv. via postersessies of presentaties.





Opdracht 1


Maak samen met je TDT een poster van je TR-cyclus. Vermeld hierbij zeker:

  • je onderzoeksvraag;
  • de verschillende manieren van data-collectie met hun resultaten;
  • je conclusies;
  • tips voor verbetering van de klaspraktijk op basis van je conclusies;
  • suggesties voor nieuwe TR-onderzoeksvragen op basis van je conclusies of anomalieën in je dataverzameling.



Opdracht 2


Tijdens een postersessie presenteren de verschillende TDTs hun TR-onderzoek aan elkaar.

Maak een kort verslag over de postersessie:

  • Wat neem je mee uit de vragen en opmerkingen over jullie eigen poster?
  • Wat neem je mee uit de TR-onderzoeken van de andere teams?


Onderzoekende school



In OS?! kan je rekenen op heel wat tools om van je praktijkonderzoek een succesverhaal te maken. Deze tools werden samengevat in wat de ‘bouwstenen’ van de OS?! wordt genoemd. Uiteraard zal er, afhankelijk van het type onderzoek, meer de nadruk worden gelegd op de ene bouwsteen dan op de andere. Toch kan het helpen om ook in de loop van het traject even terug te kijken naar de bouwstenen en te bedenken in hoeverre het praktijkonderzoek hier nog voldoende mee aan de slag gaat.

Zelfs al ga je niet aan de slag met een volledig OS?! traject, toch kan je je inspireren op de 12 bouwstenen.



1. Opdracht



Herlees het onderdeel over OS?! in de intro van deze lob (‘Praktijkonderzoek’) uit het LOB-Blended model. In deze intro zitten de 12 basisbouwstenen van OS?! verweven.

Welke bouwsteen hoort bij welke omschrijving? Sleep de cijfers onderaan de bouwsten naar de juiste bouwstenen in het rooster. Klik op de cijfers rechts om de omschrijving te kennen.


Omschrijvingen

Klik op de cijfers om de omschrijvingen te lezen.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12



2. Opdracht



Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project rond duurzaamheid op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.


  • Welke 5 bouwstenen uit OS?! zou je zeker meenemen? Leg ook uit waarom.
  • Heeft je collega/medestudent die naast je zit dezelfde bouwstenen gekozen? Bespreek samen je keuzes.




OS?! zet sterk in op het onderzoekend team dat de motor van het praktijkonderzoek is. Naast de bruggenbouwer, de teamcoach en de coachingstrajecten wordt er ook op bewuste wijze omgegaan met de rol die ieder teamlid kan spelen. Gelijkwaardigheid en diversiteit zijn de sterktes van een goed draaiend team.

Effectieve teams bestaan uit zoveel mogelijk verschillende ‘rollen’. De mate waarin teamleden elkaars rollen kennen én benutten bepaalt het succes van het team. Belangrijk hierbij is ook te onthouden dat geen enkele rol belangrijker is dan de andere, dat rollen kunnen veranderen doorheen de tijd en dat personen meerdere rollen kunnen opnemen. Prof.dr. Meredith Belbin deed uitgebreid onderzoek naar hoe mensen hun rol opnemen in teamverband. Mensen blijken twee à drie voorkeursrollen te hebben, die ze zonder probleem kunnen combineren. Ze vervullen deze rol van nature graag. Het is slim om als coach te achterhalen welke rollen dit zijn en mensen net in hun kracht te gaan waarderen. Toch zal je als coach op zoek moeten gaan naar de wijze waarop iedereen elkaar kan aanvullen.

De rollen van Belbin kunnen als volgt geclusterd worden:




Opdracht



Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project rond duurzaamheid op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.

Vorm groepjes met een vijftal studenten/collega’s om deze opdracht uit te voeren.

  1. Wat is de discipline van de collega’s die deel uitmaken van je team?
  2. Welke collega mankeert er volgens jou?

    TIP
    collega aardrijkskunde, biologie, wiskunde, chemie, fysica, natuurwetenschappen, maar heb je ook gedacht aan de collega informatica, de ICT coördinator, een collega Nederlands of taalcoördinator? Collega eerste graad techniek? Ben je een team ASO leerkrachten: denk ook aan collega’s TSO, BSO die STEM-vakken geven, of omgekeerd …

  3. Welke Belbin-rol past volgens jou het meest bij jou?
  4. Leg de af Belbintest.
  5. Welke rollen kwamen er in jouw vragenlijst als resultaat naar voor?
  6. Hoe ziet jouw team eruit? Welke rollen zijn er vertegenwoordigd?
  7. Wat is de sterkte van jullie nieuwe team?
  8. Wat ontbreekt er in jullie team? Hoe zou de team-coach hiermee om kunnen gaan?

    TIP
    Naast het opnemen van verschillende rollen door 1 persoon, denk in een latere fase ook aan de (tijdelijke) inbreng van ‘experts’ als je aan praktijkonderzoek doet, bvb een iSTEM-coach, de pedagogische begeleider, de collega geschiedenis die superhandig is met bookwidgets, collega elektriciteit, misschien een expert uit je eigen omgeving …

 

   Tip

Een team met een ‘deviant’ (of uitdager, functionele dwarsligger) stelt vragen bij vanzelfsprekende teams. Hij of zij blijft wel in verbinding met het team. Maar teams hebben iemand aan boord nodig die de vanzelfsprekendheid in vraag stelt.

  • Zorg dat je een ‘devil’s avocate’ aan boord hebt die dit doet.
  • Geef zelf elk teamlid de rol van kritische vriend.

Meer informatie en achtergrond over coachen van TDT






Opdracht



Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project rond energie op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.

  1. Formuleer een mogelijke onderzoeksvraag.
  2. Is de onderzoeksvraag SMART geformuleerd? Gebruik de checklist.
  3. Hoe kan je triangulatie binnen een praktijkonderzoek rond STEM en blended learning brengen? Geef een concreet voorbeeld in functie van je onderzoeksvraag. Gebruik de brede checklist rond het formuleren van een onderzoeksvraag.






Coachingsvaardigheden kan je aanleren en inoefenen. Veel van die vaardigheden gebruik je waarschijnlijk al onbewust in allerhande situaties. Door ze bewust toe te passen in team-contexten kan je het team mee helpen groeien en de innovatiekracht van dit team stimuleren.

Jef Clement spreekt in zijn boek ‘Inspirerend coachen’ over zeven coachings vaardigheden en het GRROW-model. Het GRROW-model is gebaseerd op het GROW-model dat werd ontwikkeld in de UK eind jaren 1980 en ingezet voor het coachen in o.a. bedrijven [1]. Het GROW-model wordt sindsdien vaak gebruikt als inspiratie voor het vormgeven van coaching en het ontwikkelen van coachingsmodellen. Jef Clement voegde een extra ‘R’ toe aan het model. De R van ‘Resource’ of bronnen waaruit een coach kan putten of naar op zoek gaat om zijn doel te bereiken [2].



Opdracht



1. Bekijk onderstaande kennisclip waar de GRROW-vaardigheden helder toegelicht worden:


2. Lees deze casus aandachtig door:

   CASUS

Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.

Een collega die uitgenodigd werd om deel uit te maken van het STEM-TDT geeft aan het begin van de eerste vergadering aan dat ze de zin van dit project niet in ziet. Er heerst volgens haar de laatste jaren een verschuiving van de taken van de leerkracht wetenschappen die ze niet positief vindt. Een leerkracht is in eerste instantie opgeleid om zijn klastaken te volbrengen. Leerkrachten zouden de tijd die ze investeren in dergelijke vergaderingen beter besteden aan de begeleiding van leerlingen in de klas. Ze is van mening dat je als leerkracht toch heel goed weet wat je in je klas moet geven en doen. Als elke collega zijn opdracht goed uitvoert, dan kunnen de leerlingen volgens haar genieten van goed onderwijs.

Met haar discours is de toon van de eerste vergadering meteen gezet. De andere teamleden zitten er eerder stil bij en weten niet goed hoe te reageren.

 
  1. Analyseer de beschreven situatie uit de casus. Enkele hulpvragen:
    • Wie is betrokken bij de beschreven situatie?
    • Welke (team)rollen herken je?
    • In welke fase van de onderzoekscyclus zou je de beschreven fase situeren?
  2. Formuleer hoe je de situatie zou aanpakken. Enkele hulpvragen:
  3. Hoe integreer je in je aanpak een growth mindset?
  4. Op welke bouwstenen steun je voor je aanpak?

Inspiratie nodig?
Gebruik de bijgevoegde afbeeldingen waarmee een teamlid een voorstel tot coachende aanpak op deze casus heeft gepitcht.




Tip: Luisteren is meer dan gewoon zwijgen

Bekijk deze clip:

  • Wat zou van Hans een betere luisteraar maken?
  • Wanneer kan luisteren moeilijk worden en hoe kan je dat verhelpen?

 

   Tip

Als een teamlid zegt:
"We hebben een probleem! Het lukt ons nooit om dat materiaal op de afgesproken tijd klaar te hebben."

Dan kan je als coach zeggen:
"Oei, dat is jammer." Of "Wacht, ik zal het dan zelf wel doen."

Er gebeurt echter iets anders als je vraagt:
"Wat is het grootste probleem waardooor het materiaal niet klaar zal zijn? Hoe kunnen we dit aanpakken?"




Meer informatie en achtergrond over coachen van TDT.






Je kan de succesfactoren voor Blended learning m.b.t de pedagogische noden van leerlingen bij online en blended learning gebruiken om het blended STEM-project te evalueren en bij te sturen.

De onderzoekende school die aan de slag ging met het ‘blenden’ van een e-cursus gebruikte hiervoor een kwaliteitszorginstrument ontwikkeld voor blended learning in het Vlaams VO. Het ging om een gevalideerde enquête rond de succesfactoren voor blended learning (zie resultaten case "blended programmeren en fysica"). De school focuste op de 4 succesfactoren die het meest betrekking hebben op de kwaliteitsdimensies van hun blended STEM-lessen. De enquête werd uiteraard lichtjes aangepast aan de context van SO. Na de enquête was er nog een nabespreking van het project in een focusgroep. De resultaten van de enquête en de focusgroep werden gebruikt om de kwaliteit van het blended STEM-project te evalueren en doelgericht bij te sturen.



Opdracht




Welke 4 succesfactoren werden bij dit specifieke project betrokken?
Beluister hiervoor aandachtig de input van de leerlingen in onderstaande audio-fragmenten uit de focusgroep.

  1. Over welke succesfactor wordt er in elk fragment gepraat? Kies uit: Flexibiliteit, Productiviteit, Transparantie, Geloofwaardigheid, Personalisatie, Interactiviteit en Toegankelijkheid (zie Fig1) (Tip: Twee audiofragmenten hebben betrekking op één en dezelfde succesfactor)
  2. Welke quotes van de leerlingen verwijzen naar deze specifieke succesfactoren?
  3. Formuleer voor elk van de vier succesfactoren enkele aanbevelingen waar je als leerkracht rekening mee kan houden bij het ontwerpen van een toekomstig Blended STEM-project.
    Gebruik hiervoor de input van de leerlingen in het overeenkomstig fragment.
 

Audio-opname 1

Lights


Oplossing
Succesfactor Personalisatie
→ Feedback en scaffolds

Audio-opname 2

Lights


Oplossing
Succesfactor Transparantie
→ Duidelijkheid

Audio-opname 3

Lights


Oplossing
Succesfactor Interactie
→ Groepswerk

Audio-opname 4

Lights


Oplossing
Succesfactor Personalisatie
→ Video en audio / authenticiteit

Audio-opname 5

Lights


Oplossing
Succesfactor Productiviteit
→ Zin en motivatie om actief aan de slag te gaan

 





home

Jullie maken deel uit van een TDT binnen een school en jullie werken een blended STEM-project uit rond het thema ‘Ruimtevaart’. Jullie zullen samen met je TDT een TR-onderzoek uitvoeren rond de ontwikkelde blended leermaterialen en de uitrol ervan in de klas.



Opdracht 1: Je passie als leraar



  • 1. Jullie willen met jullie TDT tot een TR-onderzoeksvraag komen die door iedereen van de TDT gedragen wordt. Elk teamlid schrijft daarom 2 tot 3 van zijn passies op met een korte toelichting. Wat was je drijfveer om leraar te worden? Jullie kunnen kiezen uit:
    • Het kind
      Je wil het verschil maken in het leven van een kind.
    • Inhoudelijke kennis en het curriculum
      Je kent je vakgebied door en door en bent op de hoogte van de laatste ontwikkelingen ervan. Je wil je leerlingen verrijken met je kennis.
    • Werkvormen
      Je bent voortdurend op zoek naar die werkvorm die je leerlingen het meeste motiveert en de meeste leerwinst geeft.
    • Je overtuigingen in relatie tot je onderwijspraktijk
      Je hebt bepaalde overtuigingen en ervaringen m.b.t. de maatschappij en het onderwijs. In je vrije tijd ben je bv. heel veel met kunst bezig en je wil je leerlingen ook doorheen de STEM-projecten de meerwaarde van kunst bijbrengen.
    • Een rechtvaardige wereld
      Je droomt ervan om de wereld een beetje beter te maken, bv. op vlak van duurzaamheid, rechtvaardigheid, welvaart, … en wil dit graag via jouw STEM-projecten mee realiseren.
    • De context
      De context zorgt ervoor dat je niet altijd kan lesgeven zoals je voor ogen had. Er zitten bv. kinderen in je klas die de taal niet beheersen, vanuit een moeilijke thuissituatie komen of een beperking hebben. Je wil weten hoe je hier het best mee omgaat.
  • 2. Alle teamleden vertellen nu in de groep wat hun passies zijn.
    • Welke passie kan iedereen boeien?
    • Welke bezorgdheden delen jullie als teamleden met elkaar?
  • 3. Selecteer tenslotte een passie waarrond jullie als team verder willen werken.



Opdracht 2: Een TR-onderzoeksvraag formuleren



  • 1. Schrijf vanuit jullie gemeenschappelijke passie zoveel mogelijk vragen op m.b.t. tot de klaspraktijk van jullie blended STEM-project.
  • 2. Selecteer hieruit 1 vraag en herformuleer ze tot een goede TR-onderzoeksvraag.
  • 3. Voer de Litmustest uit op jullie onderzoeksvraag en pas de onderzoeksvraag eventueel aan.
Nr. Criteria Vul hieronder in
0 Start: Mijn huidige onderzoeksvraag is:
1 Sluit het aan bij je interesse, waarom?
2 Verbetert het het leren van de lln.? Leg uit.
3 Is het een vraag waarvan je het antwoord nog niet kent?
4 Is het een vraag over je eigen lespraktijk?
5 Is de vraag concreet?
6 Is de vraag onderzoekbaar?
7 Draagt het antwoord op de vraag bij tot de verbetering van de lespraktijk?
8 Conclusie: Schrijf de aangepaste versie van je vraag hier:


Opdracht 3: Je TR-onderzoeksvraag



Noteer jullie definitieve TR-onderzoeksvraag.



Opdracht 1   Methodes selecteren


Je hebt samen met je TDT een TR-onderzoeksvraag geformuleerd rond een blended STEM-project met als thema ‘Ruimtevaart’. De volgende stap is het selecteren van relevante data. Omwille van de betrouwbaarheid van de data verzamel je als team op minstens 3 verschillende manieren data (principe van triangulatie). Ga als volgt te werk:

1. Elk teamlid schrijft op op welke 3 manieren hij/zij data wil verzamelen. Je kan kiezen uit:

  • Observaties met field notes
  • Documenten verzamelen van de leerlingen
  • Toetsresultaten van de leerlingen evalueren
  • Klasgesprek
  • Gesprek met focusgroep van leerlingen
  • Analyse van opnames (video, fotomateriaal) van bepaalde lesfasen
  • Dagboek/blog bijhouden
  • Enquête afnemen bij de leerlingen
  • Leergroep van kritische vrienden
  • Externe observator
  • Confrontatie met literatuur

2. Bespreek binnen je TDT welke manieren van datacollectie je wil kiezen.

  • Sommige vormen van datacollectie werden door iedereen gekozen. Go for it!
  • Andere vormen van datacollectie werden door sommige teamleden gekozen, maar niet door iedereen. De teamleden beargumenteren elk om beurt hun keuze.
  • Selecteer uiteindelijk minstens 3 manieren van datacollectie. Het mogen er ook meer zijn. Verschillende teamleden kunnen eventueel ook op verschillende manieren data verzamelen.

3. Jullie hebben nu 3 of meer verschillende manieren van dataverzameling gekozen. Concretiseer dit verder:

  • Waar zal je op letten tijdens de observaties?
  • Welke leerlingendocumenten wil je verzamelen?
  • Stel een goede toets op.
  • Welke vragen zal je stellen tijdens het klasgesprek?
  • Welke leerlingen zal je kiezen voor de focusgroep? Wat ga je hen vragen?
  • Welke lesfasen wil je opnemen?
  • Waarop zal je focussen bij het bijhouden van een dagboek of een blog?
  • Stel de enquête op.
  • Op wie kan je beroep doen als kritische vriend? Wat verwacht je concreet van hen?
  • Op wie kan je beroep doen als externe observator? Waarop moet hij/zij letten tijdens het observeren?
  • Wat zijn interessante boeken of artikelen? Wat is de essentie dat je hieruit wil meenemen?



Opdracht 2   Eigenlijke dataverzameling


Elk teamlid verzamelt minstens 3 datasets.




Opdracht 3   Conclusie


Je hebt nu heel wat datasets, minstens 3 verschillende sets per teamlid.

1. Welke conclusies zijn hetzelfde voor elke dataset?

Deze conclusies kan je opnemen in je eindconclusies.

2. Vallen sommige conclusies in sommige datasets op, maar in andere niet? Spreken sommige datasets elkaar tegen? Hoe komt dit?

  • Heeft het bv. te maken met de specifieke context? Neem deze conclusies dan op, maar specificeer duidelijk de context.
  • Heb je niet onmiddellijk een verklaring? Dan hebben jullie wellicht vragen en is het starten van een nieuwe TR-onderzoekscyclus aangewezen. Formuleer dan een nieuwe TR-onderzoeksvraag.

3. Wat heb je geleerd van het praktijkonderzoek? Formuleer je eindconclusies. Deze bevatten:

  • Het antwoord op de onderzoeksvraag,
  • eindconclusies met suggesties voor de klaspraktijk in de toekomst,
  • suggesties voor nieuwe PI-onderzoeksvragen.

(Student)leraren geven aan dat het heel krachtig is om op het einde van het traject een moment te voorzien waarop ze hun TR-resultaten kunnen presenteren aan elkaar, bv. via postersessies of presentaties.





Opdracht 1


Maak samen met je TDT een poster van je TR-cyclus. Vermeld hierbij zeker:

  • je onderzoeksvraag;
  • de verschillende manieren van data-collectie met hun resultaten;
  • je conclusies;
  • tips voor verbetering van de klaspraktijk op basis van je conclusies;
  • suggesties voor nieuwe TR-onderzoeksvragen op basis van je conclusies of anomalieën in je dataverzameling.



Opdracht 2


Tijdens een postersessie presenteren de verschillende TDTs hun TR-onderzoek aan elkaar.

Maak een kort verslag over de postersessie:

  • Wat neem je mee uit de vragen en opmerkingen over jullie eigen poster?
  • Wat neem je mee uit de TR-onderzoeken van de andere teams?





In OS?! kan je rekenen op heel wat tools om van je praktijkonderzoek een succesverhaal te maken. Deze tools werden samengevat in wat de ‘bouwstenen’ van de OS?! wordt genoemd. Uiteraard zal er, afhankelijk van het type onderzoek, meer de nadruk worden gelegd op de ene bouwsteen dan op de andere. Toch kan het helpen om ook in de loop van het traject even terug te kijken naar de bouwstenen en te bedenken in hoeverre het praktijkonderzoek hier nog voldoende mee aan de slag gaat.

Zelfs al ga je niet aan de slag met een volledig OS?! traject, toch kan je je inspireren op de 12 bouwstenen.



1. Opdracht



Herlees het onderdeel over OS?! in de intro van deze lob (‘Praktijkonderzoek’) uit het LOB-Blended model. In deze intro zitten de 12 basisbouwstenen van OS?! verweven.

Welke bouwsteen hoort bij welke omschrijving? Sleep de cijfers onderaan de bouwsten naar de juiste bouwstenen in het rooster. Klik op de cijfers rechts om de omschrijving te kennen.


Nota: deze oefening kan je alleen maken op een laptop.

Omschrijvingen

Klik op de cijfers om de omschrijvingen te lezen.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12



2. Opdracht



Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project rond duurzaamheid op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.


  • Welke 5 bouwstenen uit OS?! zou je zeker meenemen? Leg ook uit waarom.
  • Heeft je collega/medestudent die naast je zit dezelfde bouwstenen gekozen? Bespreek samen je keuzes.




OS?! zet sterk in op het onderzoekend team dat de motor van het praktijkonderzoek is. Naast de bruggenbouwer, de teamcoach en de coachingstrajecten wordt er ook op bewuste wijze omgegaan met de rol die ieder teamlid kan spelen. Gelijkwaardigheid en diversiteit zijn de sterktes van een goed draaiend team.

Effectieve teams bestaan uit zoveel mogelijk verschillende ‘rollen’. De mate waarin teamleden elkaars rollen kennen én benutten bepaalt het succes van het team. Belangrijk hierbij is ook te onthouden dat geen enkele rol belangrijker is dan de andere, dat rollen kunnen veranderen doorheen de tijd en dat personen meerdere rollen kunnen opnemen. Prof.dr. Meredith Belbin deed uitgebreid onderzoek naar hoe mensen hun rol opnemen in teamverband. Mensen blijken twee à drie voorkeursrollen te hebben, die ze zonder probleem kunnen combineren. Ze vervullen deze rol van nature graag. Het is slim om als coach te achterhalen welke rollen dit zijn en mensen net in hun kracht te gaan waarderen. Toch zal je als coach op zoek moeten gaan naar de wijze waarop iedereen elkaar kan aanvullen.

De rollen van Belbin kunnen als volgt geclusterd worden:




Opdracht



Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project rond duurzaamheid op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.

Vorm groepjes met een vijftal studenten/collega’s om deze opdracht uit te voeren.

  1. Wat is de discipline van de collega’s die deel uitmaken van je team?
  2. Welke collega mankeert er volgens jou?

    TIP
    collega aardrijkskunde, biologie, wiskunde, chemie, fysica, natuurwetenschappen, maar heb je ook gedacht aan de collega informatica, de ICT coördinator, een collega Nederlands of taalcoördinator? Collega eerste graad techniek? Ben je een team ASO leerkrachten: denk ook aan collega’s TSO, BSO die STEM-vakken geven, of omgekeerd …

  3. Welke Belbin-rol past volgens jou het meest bij jou?
  4. Leg de af Belbintest.
  5. Welke rollen kwamen er in jouw vragenlijst als resultaat naar voor?
  6. Hoe ziet jouw team eruit? Welke rollen zijn er vertegenwoordigd?
  7. Wat is de sterkte van jullie nieuwe team?
  8. Wat ontbreekt er in jullie team? Hoe zou de team-coach hiermee om kunnen gaan?

    TIP
    Naast het opnemen van verschillende rollen door 1 persoon, denk in een latere fase ook aan de (tijdelijke) inbreng van ‘experts’ als je aan praktijkonderzoek doet, bvb een iSTEM-coach, de pedagogische begeleider, de collega geschiedenis die superhandig is met bookwidgets, collega elektriciteit, misschien een expert uit je eigen omgeving …

 

   Tip

Een team met een ‘deviant’ (of uitdager, functionele dwarsligger) stelt vragen bij vanzelfsprekende teams. Hij of zij blijft wel in verbinding met het team. Maar teams hebben iemand aan boord nodig die de vanzelfsprekendheid in vraag stelt.

  • Zorg dat je een ‘devil’s avocate’ aan boord hebt die dit doet.
  • Geef zelf elk teamlid de rol van kritische vriend.

Meer informatie en achtergrond over coachen van TDT






Opdracht



Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project rond energie op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.

  1. Formuleer een mogelijke onderzoeksvraag.
  2. Is de onderzoeksvraag SMART geformuleerd? Gebruik de checklist.
  3. Hoe kan je triangulatie binnen een praktijkonderzoek rond STEM en blended learning brengen? Geef een concreet voorbeeld in functie van je onderzoeksvraag. Gebruik de brede checklist rond het formuleren van een onderzoeksvraag.






Coachingsvaardigheden kan je aanleren en inoefenen. Veel van die vaardigheden gebruik je waarschijnlijk al onbewust in allerhande situaties. Door ze bewust toe te passen in team-contexten kan je het team mee helpen groeien en de innovatiekracht van dit team stimuleren.

Jef Clement spreekt in zijn boek ‘Inspirerend coachen’ over zeven coachings vaardigheden en het GRROW-model. Het GRROW-model is gebaseerd op het GROW-model dat werd ontwikkeld in de UK eind jaren 1980 en ingezet voor het coachen in o.a. bedrijven [1]. Het GROW-model wordt sindsdien vaak gebruikt als inspiratie voor het vormgeven van coaching en het ontwikkelen van coachingsmodellen. Jef Clement voegde een extra ‘R’ toe aan het model. De R van ‘Resource’ of bronnen waaruit een coach kan putten of naar op zoek gaat om zijn doel te bereiken [2].



Opdracht



1. Bekijk onderstaande kennisclip waar de GRROW-vaardigheden helder toegelicht worden:


2. Lees deze casus aandachtig door:

   CASUS

Je maakt deel uit van het TDT van je school dat dit schooljaar samen aan de slag gaat om een STEM-project op blended wijze vorm te geven. Jullie willen hier niet blindelings mee aan de slag gaan en zouden dit graag koppelen aan praktijkgericht onderzoek.

Een collega die uitgenodigd werd om deel uit te maken van het STEM-TDT geeft aan het begin van de eerste vergadering aan dat ze de zin van dit project niet in ziet. Er heerst volgens haar de laatste jaren een verschuiving van de taken van de leerkracht wetenschappen die ze niet positief vindt. Een leerkracht is in eerste instantie opgeleid om zijn klastaken te volbrengen. Leerkrachten zouden de tijd die ze investeren in dergelijke vergaderingen beter besteden aan de begeleiding van leerlingen in de klas. Ze is van mening dat je als leerkracht toch heel goed weet wat je in je klas moet geven en doen. Als elke collega zijn opdracht goed uitvoert, dan kunnen de leerlingen volgens haar genieten van goed onderwijs.

Met haar discours is de toon van de eerste vergadering meteen gezet. De andere teamleden zitten er eerder stil bij en weten niet goed hoe te reageren.

 
  1. Analyseer de beschreven situatie uit de casus. Enkele hulpvragen:
    • Wie is betrokken bij de beschreven situatie?
    • Welke (team)rollen herken je?
    • In welke fase van de onderzoekscyclus zou je de beschreven fase situeren?
  2. Formuleer hoe je de situatie zou aanpakken. Enkele hulpvragen:
  3. Hoe integreer je in je aanpak een growth mindset?
  4. Op welke bouwstenen steun je voor je aanpak?

Inspiratie nodig?
Gebruik de bijgevoegde afbeeldingen waarmee een teamlid een voorstel tot coachende aanpak op deze casus heeft gepitcht.




Tip: Luisteren is meer dan gewoon zwijgen

Bekijk deze clip:

  • Wat zou van Hans een betere luisteraar maken?
  • Wanneer kan luisteren moeilijk worden en hoe kan je dat verhelpen?

 

   Tip

Als een teamlid zegt:
"We hebben een probleem! Het lukt ons nooit om dat materiaal op de afgesproken tijd klaar te hebben."

Dan kan je als coach zeggen:
"Oei, dat is jammer." Of "Wacht, ik zal het dan zelf wel doen."

Er gebeurt echter iets anders als je vraagt:
"Wat is het grootste probleem waardooor het materiaal niet klaar zal zijn? Hoe kunnen we dit aanpakken?"




Meer informatie en achtergrond over coachen van TDT.






Je kan de succesfactoren voor Blended learning m.b.t de pedagogische noden van leerlingen bij online en blended learning gebruiken om het blended STEM-project te evalueren en bij te sturen.

De onderzoekende school die aan de slag ging met het ‘blenden’ van een e-cursus gebruikte hiervoor een kwaliteitszorginstrument ontwikkeld voor blended learning in het Vlaams VO. Het ging om een gevalideerde enquête rond de succesfactoren voor blended learning (zie resultaten case "blended programmeren en fysica"). De school focuste op de 4 succesfactoren die het meest betrekking hebben op de kwaliteitsdimensies van hun blended STEM-lessen. De enquête werd uiteraard lichtjes aangepast aan de context van SO. Na de enquête was er nog een nabespreking van het project in een focusgroep. De resultaten van de enquête en de focusgroep werden gebruikt om de kwaliteit van het blended STEM-project te evalueren en doelgericht bij te sturen.



Opdracht




Welke 4 succesfactoren werden bij dit specifieke project betrokken?
Beluister hiervoor aandachtig de input van de leerlingen in onderstaande audio-fragmenten uit de focusgroep.

  1. Over welke succesfactor wordt er in elk fragment gepraat? Kies uit: Flexibiliteit, Productiviteit, Transparantie, Geloofwaardigheid, Personalisatie, Interactiviteit en Toegankelijkheid (zie Fig1) (Tip: Twee audiofragmenten hebben betrekking op één en dezelfde succesfactor)
  2. Welke quotes van de leerlingen verwijzen naar deze specifieke succesfactoren?
  3. Formuleer voor elk van de vier succesfactoren enkele aanbevelingen waar je als leerkracht rekening mee kan houden bij het ontwerpen van een toekomstig Blended STEM-project.
    Gebruik hiervoor de input van de leerlingen in het overeenkomstig fragment.
 

Audio-opname 1

Lights


Oplossing
Succesfactor Personalisatie
→ Feedback en scaffolds

Audio-opname 2

Lights


Oplossing
Succesfactor Transparantie
→ Duidelijkheid

Audio-opname 3

Lights


Oplossing
Succesfactor Interactie
→ Groepswerk

Audio-opname 4

Lights


Oplossing
Succesfactor Personalisatie
→ Video en audio / authenticiteit

Audio-opname 5

Lights


Oplossing
Succesfactor Productiviteit
→ Zin en motivatie om actief aan de slag te gaan